Deja-vu over een naam

Het is het voorjaar van 1995, precies 20 jaar geleden. Ik heb inmiddels anderhalf jaar een slijterij wijnhandel die Cheers heet. Ik heb ook al anderhalf jaar last van juridische procedures omdat een branchevereninging op zoek is naar jurisprudentie over een deur (ik zat naast een supermarkt) en mij als target koos.
In december ’94 was onze oudste zoon geboren. Aan mijn kraambed had ik geen feest, maar in mijn herinnering voortdurend een advocaat om een rechtszitting voor te bereiden. Ik was gedagvaard en van uitstel wilde men niet weten.
Dat voorjaar dus. Ik kreeg bezoek van twee keurige heren in pak met stropdas in de winkel, die wilden mijn winkel kopen zeiden ze. En dat leek me een beetje raar. Ik maakte wel een afspraak met hen voor de week erop, bij ons thuis. En ik belde even wat na in de branche wie die heren waren en wat ze nu eigenlijk echt van me wilden.
De heren waren van een landelijke slijterijketen. Die waren bezig met een ombouw omdat er drie ketens samengevoegd werden. Ze hadden ook al een prachtige nieuwe naam paraat: ‘Cheeers’, de uitnodigingen voor de opening van de eerste omgebouwde winkel waren al bijna verzonden en ze wilden dus mijn handelsnaam. Die was ‘Cheers’, deze keten had vijf vestigingen in Zeeuws-Vlaanderen waardoor dus verwarring zou ontstaan ook al scheelde het één letter. Ze wilden helemaal mijn winkel niet, ze wilden mijn naam.

Die lente-ochtend in 1995 kwamen ze bij me op bezoek. Er stonden tulpen en paaseitjes op tafel en Pepijn lag in de kinderwagen in de woonkamer. Ik zag de heren naar elkaar kijken met een blik van ‘vrouwtje, kindje, met een paar duizend gulden zijn we hier wel klaar.’
Niet dus. Ik belde de advocaat die ik al had voor al die akelige procedures die me meer geld kostten dan ik verdiende en vroeg hem of hij deze zaak ook wilde doen voor een  percentage van de opbrengst, want ik wilde die naam best verkopen, maar niet voor te weinig.
Er volgden een aantal maanden waarbij ik elk bod afsloeg met ‘dat is te weinig’. Ik noemde zelf geen prijs en als ze mij belden zei ik ‘belt u mijn advocaat maar’. De eerste omgebouwde vestigingen openden zonder naambord boven de deur en ze schreven een prijsvraag onder hun bedrijfsleiders uit voor een nieuwe naam, want wij kwamen niet tot overeenstemming. Maar ze wilden toch liever mijn naam.
Ik ben uiteindelijk in de zomer van 1995 akkoord gegaan met de verkoop van mijn naam voor 50.000 gulden. In november 1995 verhuisde ik, om van de slopende procedures af te zijn, de winkel van de Mercuriusstraat naar het Oranjeplein in Breskens en ging verder onder de naam ‘ De Vuurtoren.’

cheeers
PZC 15 november 1995

Twintig jaar later heb ik last van een deja-vu, maar ditmaal is er -misschien ook nog wel bewust- inbreuk gemaakt op een naam van mij, destijds was de tegenpartij er wel van doordrongen dat ze deze naam niet zomaar boven hun deur konden zetten, ditmaal gaat het om een naam met veel meer merkwaarde dan die van destijds.
Alles is te koop, ook een naam, en als je een bestaande naam niet wil kopen of de prijs die die waard is niet wil betalen zul je een andere naam moeten kiezen.

Het gebruik van de naam Cheeers door die keten duurde destijds echter niet zo heel lang.
Er was namelijk nog een wijnzaak elders in het land die ook Cheers heette en over het hoofd was gezien, die wijnhandelaar belde mij na een tijdje en ik vertelde hem hoe het bij mij was gegaan.
Hij wilde ook wel geld, maar het kwam bij hem niet tot een vergoeding. In februari 1997 won hij wel een Kort Geding over de naam Cheers. Er is hem echter naar mijn weten niets betaald, er kwam wel een nieuwe naam voor de keten Cheeers. Ze fuseerden met nog een andere keten.
Iemand aan een directietafel daar schijnt te hebben geroepen: “Minder Trammelant, Mitra!”

cheeers2
PZC 7 februari 1997

Saillant detail: Ik verhuisde mijn winkel in 1995 om van de zenuwslopende procedures af te zijn. De naamsverkoop kwam dan ook op een welkom moment. Later was er wel een uitspraak, ik zou hebben gewonnen. Het was die jurisprudentie die er voor zorgde dat er later borrelshops kwamen bij de supermarkten. Ik had mijn winkel ervoor verhuisd, koos eieren voor mijn geld, dat hele gedoe had me een ton aan guldens gekost (huurcontract, woning verkopen, dubbele lasten, juridische procedures), jaren later waren het juist die borrelshops -waar ik de prijs al eens voor betaalde- die ons weer de nek omdraaiden en waardoor we uiteindelijk uitweken naar Sluis.