Rosé en Zo (Column)
Column gepubliceerd in Drinks Slijtersvakblad december 2009
Het mooie weer is nu echt voorbij en daarmee ook het jaargetijde waarin de meeste rosé geconsumeerd wordt. Ik mocht in oktober een paar dagen mee naar Portugal op uitnodiging van Offley. Nu zijn dat van die uitnodigingen waar ik nooit zo heel lang over na moet denken. Ik ga graag op stap en overal leer en zie je wel wat nieuws.
Offley claimde deze zomer als eerste een rosé port op de markt te brengen. Althans dat stond in hun persbericht. Formeel hadden ze wel een beetje gelijk omdat pas op 1 juli j.l. het Instituto do Vinho do Porto het officiële certificaat voor rosé port verleende, maar er werd al veel langer, met toestemming, rosé port gemaakt en ook op de Nederlandse markt gebracht door ondermeer de porthuizen Croft en Kopke.
Ik vroeg in Portugal of het maken van roséport was ingegeven door de
roséhype en het ‘inkakken’van de rubymarkt en je toch wat met je
druiven moet doen maar kreeg daarop niet echt een helder antwoord.
De roséport ruikt fris en fruitig met frambozenzuurtjes in de neus en
smaakt ook goed, mollig met mooie zuren. Gekoeld heerlijk op een
terrasje in de zon. Maar ho eens even, dat is wel een beetje
gevaarlijk, want die rosé port heeft wel 19,5 of 20% alcohol. Je klokt
hem zo naar binnen en je valt in no time met terrasstoel en al
achterover.
Ik heb dus een beetje moeite met het drinkmoment. Te zwaar als
aperitief, net niet passend bij desserts, of het zou een bakje
aardbeien moeten zijn, kaas wordt al moeilijk, en in de zon een echte
killer naar mijn idee. Daar hebben ze echter wat op gevonden. Rosé port
moet volgens Offley in de mix, bijvoorbeeld met tonic. Ik gruw daar een
beetje van. Begin jaren ’90 werkte ik met Engelsen en die dronken port
met ‘lemonade’, Tia Maria met cola en sekt met jus d’orange. Daar
gruwde ik toen ook al van want in mijn ogen ga je geen delicate dranken
maken om ze dan oneerbiedig te gaan mixen.
Sogrape Vinhos, het moederbedrijf van Offley is ook verantwoordelijk
voor de Matheus rosé. Die rosé die al in de jaren ’70 furore maakte en
nooit echt de wijnschappen verliet, ook al was het inmiddels een klein
artikel geworden.
Matheus rosé stond vooral voor zoet en adviseerde ik altijd aan mensen
die een wat zoetere rosé zochten. Er kwam vorig jaar een ingrijpende
restyling van fles en etiket. Wat mij niet duidelijk was en door mijn
bezoek aan Portugal inmiddels wel is, is dat ook de wijn veranderde.
Matheus is helemaal niet meer zoet, maar net als de meest populaire
rosé’s van de 21e eeuw prettig droog en fruitig. Men heeft bij Sogrape
dus gekozen om de merknaam, al decennialang heel erg sterk, in stand te
houden maar wel de wijn te veranderen. En ineens begreep ik het.
De klanten die bij mij nog tot vorig jaar Matheus kochten kopen
inmiddels een Italiaanse Moscato, want vonden hem niet meer lekker, en
die consumenten die de Matheus nu heel erg zouden waarderen kopen hem
ook niet omdat ze denken dat het een zoete rosé is, wat hij ook 40 jaar
lang was. Het wordt volgens mij nog een helse taak om de rosé met
misschien wel de allersterkste merknaam aller tijden die afzet te geven
die het product wel verdient.
Dit is nu echt een voorbeeld van een imagoprobleem. Inmiddels denken ze
er bij Sogrape over na om een tweede, zoetere, Mattheus op de markt te
zetten in de hoop waarschijnlijk om die oude trouwe consumenten terug
te winnen.
Ik ben trouwens wel blij dat ik hem daar heb geproefd want moet
bekennen dat ik nooit spontaan voor mezelf een fles Matheus koud zou
zetten en dat ga ik nu gewoon wel doen.







Reacties