Whisky en Marketing (Column)
verschenen in Drinks Slijtersvakblad 11/2009
Ik stoor me soms aan marketingdingetjes. Bijvoorbeeld als
whisky alleen maar neergezet lijkt te worden als mannelijk en stoer. Nu zijn er
natuurlijk nog wel steeds meer mannen die van whisky genieten dan vrouwen, maar
die whiskyminnende vrouwen zijn er wel degelijk, en ze rukken op!
Als een vrouw het aandurft daarvoor uit te komen wordt ze niet zelden gezien
als een sigarenrokend Nina Brink type, dat in het beste geval, of je ziet de
mannen denken ‘ze zal wel lesbisch zijn’.
Als een vrouw whisky durft te bestellen wordt ze op zijn minst in een hokje
ingedeeld of zoals een paar studentes me vertelden over hun dispuut: “Dan gaan
de jongens whisky drinken en sigaren roken en verwachten ze van ons dat we een
wijntje gaan drinken.”
Kwaliteit kunnen waarderen is niet mannelijk, ook niet vrouwelijk trouwens, en
de Schotten maken stiekem al heel lang hun whisky’s een beetje zoeter door Port
en Pedro Ximenez vaten te gebruiken voor een extra ‘finish’. Ook mannen
waarderen die zoetere whisky’s, maar dat ook vrouwen die waarderen, ja die
acceptatie is weer een hele stap verder voor de marketingafdelingen. Daarmee laten
de marketeers wel een hele grote potentiële nieuwe markt liggen trouwens, maar
goed dat doen ze zelf.
Vorige maand was ik op Whisky By The Sea in Vlissingen. Daar werd een Zeeuwse
whisky gepresenteerd. Nou ja, eigenlijk niet echt, want er werd slechts een met een Zeeuwse vlag afgedekt leeg vat
het podium opgedragen. De whisky moet namelijk nog gemaakt worden. Misschien stelde
ik de distillateur Meinderd Kampen te kritische vragen en misschien slik ik die
kritiek ook wel in als ik het product over drie jaar mag proeven, maar
voorlopig blijf ik kritisch. Legendarisch kun je volgens mij pas worden door
geschiedenis en een eerste Zeeuwse Whisky die er over drie jaar pas is, nog
geen enkel verleden heeft een naam Eylandt Legend geven en nu al vergelijken
met whisky's als Talisker en Laphroaigh zonder dat iemand deze drank ooit
gezien, laat staan geproefd, heeft is me gewoon even een te glad
verkoopverhaal.
Mensen kunnen investeren in die whisky, zoals je nu steeds vaker aandelen in
vaten alcohol kunt kopen die nog lang geen whisky is.
Onlangs proefde ik samen met een proefvriend een single cask Clynelish van een
jaar of 15, van een onafhankelijke bottelaar. ‘Alcohol en vanille’, zei ik na
het eerste nipje. ‘Simple Cask’ zei hij. Ik moest lachen. ‘Simple Cask?’
Het deed me denken aan de uitspraak van Miguel Corte Real, directeur
van Cockburn Port die onlangs een masterclass verzorgde die ik bezocht. ‘Port
is the art of blending’, zei hij. Port is de kunst van het mengen en hij liet
ons proeven dat een Single Quinta Vintage minder subtiel was dan bijvoorbeeld
een 20 jaar oude port, omdat die laatste geperfectioneerd was door de masterblender
himself, en de eerste, de single quinta, uit één wijngaard, nooit meer kan
worden dan hij al was.
Weer een whisky-evenement verder, het door mij georganiseerde Whisky
Zoekt Vrouw, proefde ik een aantal
Single Casks, maar dan van de distilleries zelf en dat waren allerminst ‘simple
casks’. Het werd een verwoede discussie tussen mij en de mannen in kilts. Ik
vroeg me af of distilleerderijen hun beste vaten zelf houden en opvoeden en
alleen de mindere vaten verkopen aan onafhankelijke bottelaars.
‘Nee’ werd me wat fel door de één gezegd, die whisky is gewoon
handel dus alle distilleerderijen, ook de grote namen, verkopen hun vaten, ook
de beste, handel is handel.
‘Ja’ zei de andere, ’je hebt gelijk want de distilleerderij zal zijn beste
vaten zelf als single cask op de markt willen brengen’. Wie het weet mag het
zeggen, feit is dat door de marketing single casks altijd wel verkopen of ze nu
simpel zijn of niet.







Reacties