Het laat me niet echt los de laatste dagen. 'Netvrienden zijn net vrienden' zegt mijn man altijd. Volgens hem zijn ze niet echt, kunnen ze niet echt zijn. Ik kan het hem niet echt kwalijk nemen, hij heeft nu eenmaal weinig met computers in tegenstelling tot mij.
Toen ik voor het eerst internet kreeg, ergens half jaren negentig moet dat geweest zijn, ging er een wereld voor me open. Ik wou immers altijd alles weten en er kwam geen einde aan dat internet!
Nachtenlang zat ik te surfen en door te klikken van het een naar het ander en las dingen waar ik anders voor naar de bibliotheek gemoeten had. De encyclopedie is sindsdien niet meer aangeraakt.
Ook mailde ik me suf. Waar ik vroeger wel eens (al dan niet scherpe) ingezonden brieven schreef naar vakbladen en andere media ging dat nu met één druk op de knop. Terwijl ik vroeger moest typen, er een envelop om die brief heen moest, er ook een postzegel op moest en vaak dat loopje naar de brievenbus net teveel gevraagd was dus de brief uiteindelijk toch niet verstuurd werd.
Ik heb sindsdien wel eens spijt gehad van te snel verstuurde mailtjes die ik te emotioneel getikt had, maar ach, ik ben ik. :-)
Met chatten had ik dan weer niks, ik was een paar keer zo'n kanaal binnengegaan en het kon me niet echt boeien, het ging nergens over. Tot ik in 2003 bij toeval terecht kwam in #Nachtdienst, het chatkanaal wat gerelateerd was aan het radioprogramma op radio 1. Samen radio luisteren en van commentaar voorzien was geweldig! Meisje vond een nieuwe verslaving en begon in het voorjaar van 2004 zelfs een Nachtdienst weblog.
De bindende factor in dat chatkanaal is het luisteren naar nachtradio op Radio 1. Elke community heeft nu eenmaal een bindende factor. Zo heeft de Nederlandse Twittercommunity als bindende factor de interesse in Nieuwe Media. Op mijn weblogs komen dan weer alle community's samen. De 'echte', uit het echte leven, familie, zakelijke contacten en klanten, en de virtuele community's waar ik me in begeef.
Online ontmoet ik al jarenlang mensen die ik irl nooit zou ontmoeten. Die mensen bezoeken namelijk geen netwerkbijeenkomsten van Zeeuwse ondernemers, Nederlandse slijters of politiek gelijkgestemden.
Stuk voor stuk zijn die contacten op hun eigen manier waardevol. Op IRC maakte ik vrienden waarbij het menselijk contact, hoe vreemd dat virtueel ook klinkt, een grote rol speelt.
Op Twitter lijkt dat menselijk contact vaak net iets meer op netwerken, kun je misschien ook zakelijk wat voor elkaar betekenen, maar het is toch weer dat stuk menselijk contact wat ook de waarde en kracht geeft aan deze community. En eigenlijk is dat niet anders dan op IRC. Alleen de mensen en hun achtergronden verschillen.
De chatters van #Nachtdienst waren de eerste lezers en criticasters van mijn weblog. Sterker nog, de naam Meisje van de Slijterij werd daar in het kanaal door een medechatter bedacht en meerdere, nog steeds succesvolle bloggers, komen voort uit dat chatkanaal.
Tinus hoorde ook bij die NDcommunity, bekeek al mijn filmpjes en reageerde afgelopen zondag nog op het weblog van mijn zoon Merijn.
Ik heb Tinus één keer ontmoet op een meeting waar ik mosselen kookte en hij zijn vader had meegebracht. Tinus had een droog soort humor en zonder internet had Tinus waarschijnlijk in een sociaal isolement gezeten. Dat laatste realiseer ik me nu pas.
Eergisteren kreeg ik mail van zijn vader dat Tinus onverwacht overleden was, met het verzoek dat zijn andere vrienden en vriendinnen te melden.
Het laat me niet los. Wij bleken zijn enige vrienden te zijn en hebben ons dat niet, of niet voldoende, gerealiseerd. Ik tenminste niet.
Zonder internet was Tinus gestorven en vergeten. Nu zal er een delegatie chatters morgen in een Brabantse kerk hem de laatste eer bewijzen en gaan wij ook zorgen dat hij altijd te googlen zal zijn. Truste Tinus.




