Een goed glas

column gepubliceerd in Entree, maart 2014

WP_20140327_003Zo’n waterglaasje met ribbels geserveerd krijgen als je wijn bestelt. Wat een deceptie.. Ten eerste wordt zo’n glaasje meestal zo vol geschonken dat als ik de aroma’s wil opsnuiven, ik letterlijk met mijn neus in de wijn zit. Gênant, want dan moet ik proberen die druppels weg te vegen terwijl ik schichtig om me heen kijk of niemand het ziet. Daarnaast is het glas van zo’n armeluisglaasje te dik om kleur en helderheid te kunnen beoordelen. Ook kan je het niet schuinhouden zonder dat de wijn direct over de rand klotst. Walsen kan al helemaal niet. En het ergste vind ik nog dat ik het glas niet bij de voet kan vasthouden, waardoor mijn vette vingers het smerig maken zodat de beleving al heel anders wordt. Of ik me op z’n minst schaam voor mijn vette klauwen; ik kon weer eens niet uit die bak met pinda’s blijven. Zo’n akelig glas maakt me dus ongelukkig en brengt me altijd in een lastig parket.

Aan welke eisen moet een goed wijnglas dan wel voldoen? Een fijn wijnglas heeft in ieder geval een steel die makkelijk is vast te houden. In de middeleeuwen hadden wijnglazen een soort knobbels hierop. Destijds werd er alleen door adel en andere hooggeplaatsten wijn gedronken, bij de rijkelijke buffetten met wildgebraad. Men at met de handen. Vorken werden door hun drie tanden tot in de zestiende eeuw als instrumenten van de duivel gezien; alleen voor het snijden van vlees werd een tweetandige vork gebruikt. De knobbels op de wijnglas-stelen moesten voorkomen dat door de vette handen het glas uit de handen glibberde. Tegenwoordig eten we met mes en vork, dus mag de steel gewoon glad zijn.

Verder is in een tulpvormige kelk de oppervlakte van de wijn die in contact staat met zuurstof groter dan de bovenkant van het glas. Hierdoor komt het bouquet beter tot zijn recht. En schenk het glas nooit te vol! Grotere glazen geven meer beleving, maar dat doen ze alleen als ze niet te vol geschonken zijn. Ook drinken dunnere glazen lekkerder en zijn de dunste altijd van kristal, vormen ze zodoende de helderste waardoor de wijn schittert.

En misschien nog wel het allerbelangrijkste: het glas moet schoon zijn. Geen groter walgingsmoment dan lippenstift van de vorige gebruikster op je glas ontwaren. Of als je je glas oppakt, de wijn bekijkt en het glas vol kalkdruppels zit omdat het schijnbaar net iets te veel moeite was het te poleren.

Een mooi groot wijnglas dat halfvol is geschonken maakt me altijd blij. Ik hou van halfvolle glazen. Dan kan ik er met volle teugen en al mijn zintuigen van genieten.

Petra de Boevere